Vereniging Grouwster Watersport

Home » GWS schouwen » Klassereglement en de klassevoorschriften

Klassereglement en de klassevoorschriften

In nauwe samenwerking met de G.W.S.-schouwenklassecommissie, de klassemeters en de schouwzeilers stelt het Bestuur van de Vereniging G.W.S. een reglement op betreffende de bouw- en uitvoeringsvoorschriften voor G.W.S-schouwen met als doel om zoveel mogelijk de eenheid in de klasse te bevorderen en de traditionaliteit te waarborgen. De vereniging beschikt over daarvoor aangestelde onafhankelijke controleurs en meters. Hieronder volgen de voorschriften.

Datum vaststelling: 12 mei 2014

0. Algemene inleiding

Het klassereglement en de klassevoorschriften willen richtinggevend en bepalend zijn voor de traditionele verschijningsvorm van de G.W.S.-schouw. Daarbij moeten ze de eenvoud en de betaalbaarheid van deze wedstrijdklasse in stand houden. Bovendien zullen ze een eerlijke en sportieve strijd bij de zeilwedstrijden van de G.W.S.-schouwen moeten bevorderen.

Bij ver- of nieuwbouw van een G.W.S.-schouw is het daarom van belang zo nauwkeurig mogelijk uit te gaan van de meest recente tekening van de G.W.S.-schouw in combinatie met het gestelde in het actuele Klassereglement en de klassevoorschriften, zoals die door de Vereniging Grouwster Watersport zijn uitgegeven.

Mochten die voor de bouwer toch nog onduidelijkheden opleveren, dan is het verstandig om tijdig (lange tijd voor de officiële keuring en registratie) contact op te nemen met de klassemeters van de G.W.S. die u een uitleg kunnen geven over de opvattingen en bedoelingen van de tekening, de voorschriften en het reglement. Eventueel kunnen ze de bouwplaats bezoeken voor overleg. De bedoeling is om zodoende eventuele problemen bij de meting en keuring al vroegtijdig te voorkomen. We raden u met klem aan om, in geval van twijfel, nooit zelf voor een willekeurige oplossing te kiezen!

1. Historie

Sinds mensenheugenis is de schouw het karakteristieke vervoermiddel van de ondiepe wateren van Midden-Friesland. Geroeid en gezeild, voor werk en genoegen, werd hij gemaakt in allerlei maten, afhankelijk van het gebruiksdoel.

In de dertiger jaren van de twintigste eeuw was een in de omgeving van Grou veel voorkomend type ongeveer 5 meter lang over de spiegels, met een spriettuig van ongeveer 11 m2.

De traditionele kleuren van de uit 3 mm. plaatijzer geklonken romp waren: van binnen grijs, van buiten groen (standgroen) met op de knik en langs de bovenkant een rode bies, onder water zwart geschilderd. De houten boeisels waren van binnen lichtblauw en van buiten zwart geschilderd, met op 2/3 van de hoogte een of twee smalle witte biezen. De rondhouten, het aangehangen roer en de zwaarden werden blank gelakt.

Om met deze uitvoering van de schouw zonder voorgiftsysteem wedstrijden te kunnen zeilen werd door de in 1935 opgerichte vereniging Grouwster Watersport (GWS), eerst het doekoppervlak op max. 11 m2 bepaald en vervolgens werd een klassereglement vastgesteld, waarmee de wedstrijdklasse van de GWS-schouwen op 27 januari 1939 werd geboren.

Het reglement werd meerdere malen aangepast, o.a. toen katoen niet meer in de gewenste kwaliteit te verkrijgen was en op kunstvezeldoek moest worden overgeschakeld.

In 1979 kwam een bouwtekening beschikbaar die nu onderdeel is van dit klassereglement.

In 1983 werd een klassecommissie ingesteld die het bestuur van de GWS adviseert en die de klasse stimuleert.

In oktober 2003 werd de bouwtekening gedigitaliseerd. Sinds februari 2004 kan de Ver. Grouwster Watersport G.W.S. ook een “snijset” als bouwpakket voor eenvoudiger zelfbouw aanleveren.

Reglement

2. Toelating tot de klasse en zijn wedstrijden

Om tot deze verenigingsklasse en deelname aan zijn wedstrijden te kunnen worden toegelaten moet de eigenaar van de schouw, overeenkomstig de bepalingen van het Watersportverbond, lid zijn van de vereniging GWS en in het bezit zijn van een op zijn naam gesteld geldig registratiebewijs.

Ook de stuurman dient lid te zijn van de vereniging G.W.S.

Volgens gezamenlijk besluit op de jaarvergadering 2009 van de GWS – schouwen Klassecommissie is bepaald dat vanaf dat moment tijdens de kampioenswedstrijden zal worden gezeild volgens een promotie/degradatiesysteem. Er zal bij de indeling worden gelet op de zeilprestaties van de twee voorgaande jaren tijdens de GWS kampioenschappen. Er is een A – klasse die uit maximaal 12 schouwen bestaat. Dit aantal wordt gehandhaafd aan de hand van het vastgestelde  promotie/degradatiesysteem. De laatste twee in het klassement tijdens de GWS kampioenschappen uit de A  – klasse degraderen naar de B – klasse en de eerste twee van de B – klasse in het klassement tijdens de GWS kampioenschappen promoveren naar de A – klasse. De zeilers uit de A – klasse die twee jaar afwezig zijn tijdens de GWS kampioenschappen degraderen automatisch naar de B – klasse.

De door deze zeilers gebruikte schouwen of tuigage kan hieraan dus niets veranderen. Bij de voorbereiding van de jaarlijkse Kampioenswedstrijden van de G.W.S. zal het bestuur enige dagen van tevoren overleg plegen met de beide vertegenwoordigers van de klassecommissie om samen met hen de indeling in A en B aan de hand van de opgegeven deelnemerslijst vast te leggen voor het zeilprogramma. Deze indeling is vervolgens bindend en hierover kan niet worden gediscussieerd.

Tijdens deelname aan alle wedstrijden moet aan de klassevoorschriften worden voldaan behoudens ontheffing door het bestuur van de vereniging GWS.

3. Klassemeters

Het bestuur van de vereniging GWS benoemt tenminste twee meters. Zij worden benoemd voor onbepaalde tijd en kunnen door het bestuur van hun functie worden ontheven.

4. Registratie

a. Voordat een schouw mag meezeilen in een wedstrijd voor GWS-schouwen moet deze schouw bij de Ver. Grouwster Watersport als wedstrijdschouw zijn geregistreerd, bovendien moet de eigenaar van de geregistreerde schouw lid zijn van de Ver. G.W.S.

b. De registratie is een feit nadat de schouw door twee meters als zodanig is gecontroleerd en gemeten volgens de door de Ver. GWS laatstelijk vastgestelde tekeningen, maten en klassevoorschriften met als uitslag dat de schouw in orde is bevonden als voldoende aan het hiervoor genoemde.

c. In geval van een nieuwgebouwde schouw dient bij de meting/keuring een door de Ver. GWS geleverde tekening, met daarop een door het secretariaat aangebrachte waarmerking, inhoudende datum/handtekening/nummering, te worden getoond aan de meters. Een kopietekening wordt niet als zodanig erkend. Het is dus verplicht dat de eigenaar bij iedere verstrekking van een nieuw schouw-/zeilnummer een officiële bouwtekening behoort te hebben afgenomen.

d. Voor een geldige registratie is het ook verplicht dat de verschuldigde gelden voor de meting/keuring gelijktijdig met de uitvoering van de meting/keuring aan de meters wordt voldaan, of in de latere jaren, dat het jaarlijkse registratierecht (inning geschiedt gelijktijdig met de contributiebetaling) aan de vereniging is voldaan.

e. Een nieuwgebouwde schouw kan niet een ouder schouw-/zeilnummer (al staat dat schouw-/zeilnummer niet meer in de registratie) overnemen, een dergelijke nieuwe schouw krijgt altijd het hoogst openstaande volgnummer, deze volgorde van nummeruitgifte wordt door het bestuur in overleg met de klassemeters bepaald. Er kunnen geen verzoeken worden gedaan voor een afwijkend zeilnummer.

f. Wanneer glashelder kan worden aangetoond dat het bij de (her)meting gaat om een schouw die reeds eerder bij de Ver. GWS stond geregistreerd (dit zal voornamelijk het geval zijn wanneer de levensloop van de schouw met de bijbehorende eigenaren ondubbelzinnig kan worden aangetoond: de jongste eigenaar moet hiernaar dus onderzoek hebben gedaan of als de levensloop van de betreffende schouw bij de vereniging Grouwster Watersport als zodanig bekend is) en waarvan het vroegere schouw-/zeilnummer van de schouw dus bij de (her)meting met stelligheid bekend is, kan de schouw het eigen schouw-/zeilnummer terugkrijgen, uiteraard zal deze schouw via meting/keuring eveneens moeten voldoen aan het in punt 4, lid b. gestelde.

g. Als het jaarlijkse registratierecht niet op tijd aan de penningmeester van de Ver. GWS wordt voldaan, vervalt de registratie: en dus de toegang tot de zeilwedstrijden voor het aan de orde zijnde seizoen en de daaropvolgende seizoenen.

h. Als voor de schouw voor drie opeenvolgende kalenderjaren (1 jan. t/m 31 december) geen jaarlijks registratierecht is betaald, dan vervalt niet alleen de registratie, maar ook het recht volgend uit de oorspronkelijke meting/keuringsuitslag. De betreffende schouw kan daarna slechts via een nieuwe meting/keuring (volgens de op het nieuwe metingsmoment geldende voorschriften) het recht op registratie terug krijgen.

i. Wanneer voor een schouw binnen de in punt h. gestelde termijn van drie jaren alsnog het registratierecht wordt betaald, teneinde de schouw opnieuw als “geregistreerd” te laten gelden, dan dienen, voordat de registratiegeldigheid weer van kracht kan worden, ook de in gebreke gebleven voorgaande termijnen aan registratierechten te zijn/worden voldaan.

5. Registratiebewijzen

Een schouw en toebehoren kan na meting volgens art. 14 en 15 worden geregistreerd. Dat betekent dat betreffende schouw voldoet aan de voorschriften, zoals die gelden op het metingsmoment.

Om de registratie in stand te houden moeten elk jaar voor 1 april, tegelijk met de verenigingscontributie, de registratiekosten worden voldaan, waarna de eigenaar een registratiebewijs ontvangt dat een jaar geldig is.

Bij de overgang naar een andere eigenaar dient de nieuwe eigenaar binnen 6 maanden, maar in ieder geval voordat aan een wedstrijd wordt deelgenomen, de meetbrief door de secretaris van de vereniging op zijn naam te laten overschrijven.

Ook de nieuwe eigenaar moet lid zijn van de GWS en het registratierecht moet ook voor het betreffende “overgangsseizoen” zijn voldaan: of (reeds/nog) door de “oude” eigenaar of alsnog door de “nieuwe” eigenaar.

Om na het eventueel vervallen zijn van de registratie, de schouw weer een geregistreerde status te kunnen verlenen, worden de in punt 4 beschreven regels in acht genomen (deze gelden ook voor een noodzakelijk nieuwe meting, waarbij moet worden voldaan aan de actueel geldende klassevoorschriften).

6. Geschillen en beroep

Bij geschillen over de uitleg van deze voorschriften beslist het bestuur van de vereniging GWS als hoogste beroepscollege.

7. Algemene regel

a. Voor de uitvoering, inrichting en uitrusting van de schouw zijn de gegevens en uitwerkingen van de door de GWS aan de eigenaar geleverde bouwtekening maatgevend en uitgangspunt bij de beoordeling tijdens de keuring en latere door de meters verrichte controles. Bij geconstateerde afwijkingen tijdens controles en wedstrijden zal er door de leden van het bestuur (geadviseerd door de klassemeters) worden bemiddeld en overlegd met/tussen de betreffende eigenaren om zo in goede samenspraak te proberen de afwijkingen zodanig te veranderen dat zij binnen het reglement passen.

b. Over alle door de schouwzeilers gewenste veranderingen/wijzigingen (dit zijn alle voorzieningen of uitvoeringen, die afwijken van alle voorzieningen en zaken zoals die bij de keuring en registratie voor de betreffende schouw door de meters zijn vastgelegd en geconstateerd) dient de eigenaar en/of de wedstrijdzeiler vooraf overleg te plegen met de schouwmeters en het GWS-bestuur met als doel te proberen om de afwijkingen, veranderingen, wijzigingen zodanig te realiseren dat zij binnen het reglement passen, en om zodoende eventueel vooraf toestemming daarvoor te verkrijgen van de meters en het GWS-bestuur.

c. Indien de afwijkingen niet aan het reglement aanpasbaar blijken, of door de meters en het GWS- bestuur als onaanvaardbaar worden beoordeeld, dan moet er volgens het reglement en de voorschriften worden beoordeeld en gehandeld: in geval van zulke afwijkingen wordt door het bestuur (geadviseerd door de meters) bepaald welke excessen niet (meer) worden toegestaan. Deze bepaling is bindend en daarover kan geen discussie worden gevoerd. Aan de op de tekening met een * gemerkte controlematen moet altijd worden voldaan. De beoordeling hiervan is de bevoegdheid van de meters, met inachtneming van het gestelde in punt 6

d. De vereniging Grouwster Watersport streeft v.w.b. de uitvoering van de GWS-schouw naar originaliteit. Op de tekening zijn voor de inrichting en uitrusting van de schouw kenmerkende details nader uitgewerkt: deze geven de originele bouwwijze weer. Het bestuur van de GWS prefereert deze bouwwijze in sterke mate boven andere gevonden oplossingen inzake bouwwijze, zeker ook om de originaliteit en eenheid in de klasse van de GWS-schouwen zoveel mogelijk te bevorderen. Andere oplossingen zullen door meters en bestuur worden afgewogen conform het gestelde in punt 6 en 7, lid a.

e. Eventuele uitsluiting of diskwalificatie op grond van de onderhavige titel: “Het Klassereglement en de klassevoorschriften” tijdens zeilwedstrijden is altijd een bevoegdheid van de organiserende wedstrijdcommissie.

Voorschriften en uitvoering

8. Romp

De romp moet zijn uitgevoerd van plaatijzer 3mm (eventueel geschopeerd). De boeisels zijn van hout. Andere materialen zijn niet toegestaan.

De romp van de schouw moet van binnen en buiten zijn geschilderd. Om de traditionele verschijningsvorm van de G.W.S.-schouw te bewaren worden de kleuren zoals beschreven in punt 1 ten zeerste aanbevolen en geadviseerd. In geval van een afwijkende keuze zal de kleur van de buitenkant van de romp met soepelheid worden beoordeeld. Er bestaat een duidelijke voorkeur voor tinten van groen, crème en donkerbruine en donkerrode kleuren. De binnenkant van de romp dient in tinten van lichte kleuren te worden geschilderd, bij voorkeur tinten van wit of crème. Het “vlak” onder de buikdenning is aan de binnenkant bij voorkeur zwart geschilderd.

De houten boeisels zijn van binnen en buiten zwart geschilderd en ze worden daarbij aan de buitenkant voorzien van één of twee biezen in een contrasterende kleur over nagenoeg de gehele lengte.

9. Zwaarden en roer

De schouw heeft twee houten zijzwaarden met metalen beslag en sleepijzer. De zwaardbouten steken door gaten in of direct onder de boeisels. Een horizontale verstelmogelijkheid door toepassing van verschillende afzonderlijke gaten is toegestaan. Het roer is van hout met metalen beslag. Het wordt met twee vingerlingen aangehangen aan de achtersteven. De helmstok bestaat uit één stuk, de lengte is vrij, maar moet daarbij wel voldoen aan de minimale maat van de tekening.

10. Mast

De mast moet van massief gegroeid of massief verlijmd hout zijn vervaardigd naar origineel model. Voor het vervaardigen van de mast mag uitsluitend van de volgende houtsoorten worden gemaakt worden: Oregon – pine/Douglas – fir, Vuren, Pich – pine/Amerikaans grenen, Europees grenen (Grove den) of Larix. De uitvoering moet éénsoortig, en, na samenstelling, massief zijn, met andere woorden combinaties van meerdere houtsoorten is niet toegestaan. Bij het “verlijmen” mag geen gebruik gemaakt worden van verstevigingmaterialen zoals koolstof, carbon ed. De dwarsdoorsnede van de mast moet rond zijn.

In de mast is een geringe (zeil of stag) bocht naar achteren toegestaan. De maximaal toegestane mastbuiging(hartlijn van de mast) in ruste, is maximaal 1% van de lengte gemeten tussen ooggiek en onderkant van de hommerts.

11. Rondhouten

De rondhouten, giek, spriet en fokkeloet mogen worden gemaakt van de bij de mast vermelde houtsoorten of Essen, Eiken, Spruce of Sitka Spruca. De rondhouten mogen niet hol zijn. De uitvoering moet éénsoortig en, na samenstelling, massief zijn, met andere woorden combinaties van meerdere houtsoorten is niet toegestaan. Bij het “verlijmen” mag geen gebruik gemaakt worden van verstevigingmaterialen zoals koolstof, carbon ed.

12. Afwerking

De rondhouten zijn blank gelakt. De buikdenning, skous-húske, mastbank en mastkoker, de zwaarden en het roer zijn blank gelakt of eventueel geschilderd in een houtimitatie-kleur, waarbij buikdenning en skoushúske zijn gelakt of geschilderd in dezelfde kleur of houtimitatie. De overige houten of metalen oppervlakten zijn geschilderd.

13. Wimpel

Op de masttop een blauwe of rode wimpel van tenminste 30 cm lang en bij het draaipunt minimaal 4 cm hoog, bevestigd aan een scheerhoutje van minimaal 8 cm lang. Het scheerhoutje mag van metaaldraad zijn met een contragewichtje.

14. Uitvoering, inrichting en uitrusting

1. De giek rust met een open zwanehals in een oog aan de mast.

2. Het zeil is aan de schoothoek bevestigd met een lus rond de giek die in dit geval aan de onderzijde is voorzien van een hanekam, of met een haak of lijntje aan één van een drie- of viertal ogen op het uiteinde van de giek.

3. De spriet steunt in een strop rond de mast die aan de voorzijde van een hanekam is voorzien ter ondersteuning van de strop.

4. Het zeilval loopt over een schijfje in de masttop of door een achter de masttop opgehangen blokje (beugel of hanepoot) op een maximale afstand van 7 cm, gerekend van achterzijde mast tot hart-blok.

5. Het fokkeval loopt door een blokje opgehangen aan de voorzijde van de mast.

6. De grootschootsblokken zijn van hout. Het onderste grootschootsblok mag ook zijn vervaardigd van kunststof en er mag daarbij een kleminrichting worden gebruikt.

De (max. 3) niet verstelbare fokkeschootsogen zijn van hout of kunststof. Bij de fokkeschoot mag een klem worden gebruikt, die op het boeisel moet zijn aangebracht.

7. De vallen worden op kikkers of vingers op de mast belegd.

8. Het halslijntje wordt, eventueel via een blokje, vastgemaakt aan mast of vlak. Het gebruik van een klem is toegestaan.

9. De zwaardlopers worden elk geleid over twee schijfjes op de boeisels en vastgemaakt op vingers op of binnen de boeisels.

10. Tussen het skoushúske (het bergkastje achterin) en de buikdenning een zitbankje voor de stuurman, dat in lengterichting mag variëren van 44 tot 30 cm.

11. Aaneengesloten,gemakkelijk uitneembare buikdenning vanaf tenminste 80 cm, voor de achterzijde van de mast (zie tekening) tot het zitbankje. Achter de mast overdwars of langs elke zijde een hoossleuf, waarvan de afdekking tijdens het zeilen niet aan boord hoeft te zijn.

12. De fokkeschoten worden geleid door schootogen aan bakboord- en stuurboordzijde. Per zijde mogen zich maximaal 3 ogen bevinden. De fokkeschoten kunnen over houten of kunststof blokjes aan het schootsoog van de fok worden geleid, of rechtstreeks daaraan zijn bevestigd.

13. De voorstag wordt direct of via blokjes met een stagtalie van touw op de opsteker of het voordekje vastgemaakt.

14. De plaats van de bevestiging van de grootschootsblokken aan giek en vlak is vrij, maar de bevestiging mag niet verstelbaar zijn.

15. Een opklapbaar voordek tot maximaal de achterzijde van de mast is toegestaan.

15. Niet toegestaan is het gebruik van één of meer:

1. Lieren.

2. Klemmen voor lijnen (uitgezonderd het halslijntje) en zwaardlopers. Voor de schoten zijn dus wel klemmen toegestaan.

3. Neerhouders.

4. Spaninrichtingen tussen de giek en de schoothoek van het zeil.

5. Hangbanden, trapezes of andere inrichting(en) om het overboord hangen te vergemakkelijken.

6. (Roestvast)staaldraad vallen.

7. Spinnakersluitingen op de fokkeloet.

8. Losse verlengstukken op de helmstok.

16. Meting, controle en registratiekaart

De schouw moet met complete inrichting en uitrusting ter meting en controle worden aangeboden.

Zeil en fok worden afzonderlijk gemeten. De meting geschiedt door tenminste twee meters. De registratiekaart van een goedgekeurde schouw wordt naar aanleiding van hun bevindingen door of namens het bestuur van de vereniging GWS afgegeven. De kosten van de meting (zie verder) moeten bij de meting contant worden voldaan. De meters kunnen bij de wedstrijden controles uitvoeren. Niet voldoen aan oproep ter controle of aan het klassereglement kan leiden tot uitsluiting van deelname of ongeldigverklaring van een wedstrijdresultaat door de wedstrijdleiding.

17. Keurmerken

In de romp van een goedgekeurde schouw wordt tegen de achterspiegel onder het skandeksel boven het skoushúske een genummerde sticker aangebracht. Deze moet steeds goed zichtbaar worden onderhouden en mag niet worden overschilderd.

Een genummerd zeil of een fok worden in respectievelijk hals- en schoothoek voorzien van een G.W.S.-keurmerk.

Dit keurmerk moet duidelijk leesbaar zijn en zo nodig moet het tuig voor hermerking opnieuw bij de meters worden aangeboden (wanneer het keurmerk minder goed te onderscheiden is geworden).

18. Bemanning en inventaris

De bemanning bestaat uit tenminste twee personen en mag tijdens de wedstrijd niet worden gewijzigd.

Er moet tijdens de wedstrijd v.w.b. de bemanning worden voldaan t.a.v. het gestelde in punt 2.

Buiten de in dit reglement geregelde zaken is de inventaris vrij. Ballast mag tijdens de wedstrijd worden gewijzigd, zowel van plaats als van hoeveelheid.

19. Tuigplan en zeilnummer voor een GWS-schouw


1. Het tuig is van wit enkellaags geweven kunstofdoek (dacron). Geperste materialen zoals b.v. Mylar, Kevlar en Dynema zijn niet toegestaan. De 18 tot 20 cm. brede banen lopen evenwijdig aan het rechte achterlijk en zijn gestikt met bruin garen. Het bestaat uit fok, met 6 leuvers bevestigd aan een staaldraad voorstag, en een sprietzeil met een losse broek, beide zonder zeillatten. Het zeil is met vijf afzonderlijke raklijntjes rond de mast en met de schoothoek aan de giek bevestigd.

2. Er mogen geen doorzichtige materialen in zeil en/of fok worden toegepast.

3. Het zeilnummer is tevens klasseteken. Het bestaat uit duidelijk leesbare, 30 cm. hoge zwarte cijfers met een lijndikte van 5 cm. en een onderlinge afstand van 6 cm.. Het is aan weerszijden van het zeil aangebracht, de bovenzijde aan bakboord 40 cm., aan stuurboord 80 cm. onder het bovenlijk.

4. Grootzeil. Het grootzeil heeft een voorlijk, een bovenlijk en een schoothoekslijk. Binnen het voorlijk 10 kousjes voor de 5 raklijntjes. De halskous en de rakskous zitten binnen het lijk in het doek. De spriethoekskous en de schoothoekskous mogen buiten op het lijk worden gezet en worden niet meegemeten. Als meetpunten gelden de snijpunten van voorlijk en bovenlijk voor de rakshoek, van bovenlijk en achterlijk voor de spriethoek, van onderlijk en achterlijk voor de schoothoek en van onderlijk en voorlijk voor de halshoek.

Het grootzeil mag de in de tekening weergegeven maximale maten niet overschrijden.

5. De fok heeft een voorlijk dat rondloopt om de halshoek en de rakshoek en een schoothoekslijk.

Binnen het voorlijk 6 kousjes voor de 6 leuvers. De schootskous en de rakskous zitten binnen de lijken van het doek, de halskous mag buiten het lijk worden gezet en wordt dan niet meegemeten.

De maximale breedte aan de rakshoek, gemeten buitenom het lijktouw over het hart van de kous, bedraagt 6 cm. Als meetpunten gelden de snijpunten van het onderlijk en voorlijk voor de halshoek, van onderlijk en achterlijk bij de schoothoek en de bovenkant van het lijk bij de rakshoek. De halslijn moet op de opsteker zijn bevestigd op één punt dat maximaal 4 cm. gelegen is achter het bevestigingspunt van de stag.

De fok mag de in de tekening weergegeven maximale maten niet overschrijden.

6. De lijken zijn van touw, staaldraad is niet toegestaan. Kousjes voor reeflijntjes zijn toegestaan. De in de tekening weergegeven maten zijn maximaal toegestane maten in cm. Gemeten wordt buiten om de lijken, handstrak getrokken. Normale rondingen zijn toegestaan.

7. Het tuig wordt na vervaardiging door de zeilmaker, volgens tekening gemeten door de klassemeters. Bij goedkeuring wordt het tuig voorzien van een ingeslagen keurmerk met een GWS – identificatie.

20. Hoekversterkingen

1. Hoekversterkingen, te weten rakshoek, spriethoek, schoothoek en halshoek moeten op het verticaal lopende zeildoek worden aangebracht en van het zelfde soort materiaal als het doek zijn.

2. Hoekversterkingen dienen ongeveer evenwijdig aan de lijken gesneden te zijn. Met uitzondering van de tophoek van de fok en de hoekversterkingen onder aan de voorlijken dienen de verstevigingen vierhoekig te zijn.

3. De totale lengte van de afdeklap of bovenlap van de schoothoeken en spriethoek mag niet langer zijn dan 25% van de maximale maat van het achterlijk.

4. De totale lengte van de afdeklap of bovenlap van de rakshoeken en halshoek mag niet langer zijn dan 25% van de maximale maat van het voorlijk.

5. De hoekversterkingen dienen gestikt te zijn met wit garen.

6. De lengtes van de afdeklappen worden gemeten langs de lijken.

21. Overgangsbepalingen en ontheffingsmogelijkheid

Schouwen en tuigen die eenmaal zijn goedgekeurd en geregistreerd blijven toegelaten tot de klasse, ook als zij door tussentijdse aanpassing van het reglement, voorschriften of de bouwtekening daarvan zijn gaan afwijken, zolang de registratie overeenkomstig artikel 4 in stand wordt gehouden. Er zal echter steeds aan het in de tekst gestelde van het geldende reglement moeten worden voldaan. Het bestuur van de vereniging GWS kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.

22. T.C. Factor

Door het K.N.W.V (Watersportverbond) is voor de GWS-schouw een Tijd Correctie Factor bepaald van 0,822. In een gemengde wedstrijd met andere ronde- en platbodemschepen kan de gezeilde tijd met deze factor worden vermenigvuldigd om de wedstrijdtijd te bepalen.

23. Vastelling laatste wijziging

Dit reglement is laatstelijk gewijzigd en vastgesteld door het bestuur van de vereniging GWS op 14 mei 2012, na overleg met de klassenommissie en klassemeters.

Meetkosten:

Voor een meting/keuring wordt € 15,00 in rekening gebracht.

Meters, de heren:

K. Westerdijk tel. 0566 623052

 

Secretariaat van de vereniging GWS:

p/a de heer T.J. de Groot, Sinia 6, 9001 LX , GROU. Tel. 0566 622852. Email: info@grouwsterwatersport.nl

Advertenties
%d bloggers liken dit: